Noorderlicht

Vanaf Terschelling en ook de andere Waddeneilanden kan je regelmatig het noorderlicht waarnemen. Meestal zie je het dan laag boven de noordelijke horizon als een lichtzwakke rood- of groengekleurde boog.

Tijdens een geomagnetische zonnestorm kan het noorderlicht echter heel fel worden en tot recht boven je hoofd zichtbaar worden! Zo’n echte noorderlichtstorm komt hooguit enkele malen per tien jaar voor.

Hoe ontstaat het noorderlicht?

Het noorderlicht (Latijnse benaming: aurora borealis) ontstaat als geladen deeltjes in het magneetveld van de aarde in botsing komen met zuurstof atomen en stikstof moleculen in de atmosfeer van de aarde, nadat er kortsluiting is ontstaan tussen het magnetische veld van de zon en dat van de aarde.

Hoog in de dampkring (op een hoogte tussen de 80 en 250 km) gaat de lucht dan gloeien en gekleurd licht uitstralen.

De meeste kans om noorderlicht te zien heb je in het voor- en najaar. Vanaf de Waddeneilanden is dan regelmatig een roodgekleurde noorderlichtboog te zien boven de noordelijke horizon. Een rode boog betekent dat je het noorderlicht ziet dat op dat moment ongeveer boven midden Scandinavië en IJsland hangt.

En bij een groene boog boven de noordelijke horizon is het noorderlicht al een stuk dichterbij. Het bevindt zich dan meestal op een afstand van 600-1000 kilometer, boven Zuid-Noorwegen en de noordelijke Noordzee. Deze situatie treedt een paar maal per jaar op, meestal tijdens een geomagnetische storm. Vanuit die groene boog kunnen dan ook lichtzuilen omhoog gaan schijnen die op zoeklichten lijken.